07 aug Europese Recht op Repareren treedt in werking – België hinkt achterop
EU Recht op Repareren treedt in werking - België hinkt achterop
Foto © Michiel Devijver
Sinds 31 juli 2026 is het zover: de Europese Right to Repair Directive (Richtlijn (EU) 2024/1799) moest ten laatste op deze datum omgezet zijn in nationale wetgeving, waardoor burgers in de hele EU vanaf 1 augustus 2026 kunnen rekenen op nieuwe herstelrechten. Helaas haalde België die deadline niet. In afwachting zetten we alvast op een rijtje wat er concreet zal veranderen en waarom we hopen dat onze regering er nog een tandje bij steekt.
Wat verandert er voor burgers?
De Right to Repair Directive geeft consumenten een reeks nieuwe rechten en instrumenten om reparatie eenvoudiger, goedkoper en aantrekkelijker te maken:
- Herstelplicht voor fabrikanten: voor bepaalde producten (wasmachines, vaatwassers, koelkasten, stofzuigers, smartphones, tablets en televisies) zijn fabrikanten voortaan verplicht om herstellingen aan te bieden wanneer dat technisch mogelijk is, ook buiten de wettelijke garantieperiode.
- Verlengde garantie bij herstel: kies je binnen de wettelijke garantieperiode voor reparatie in plaats van vervanging, dan wordt je garantie automatisch met minstens 12 maanden verlengd.
- Een Europees Online Repair Platform (ORP): tegen 2027-2028 komt er een centraal Europees platform waarop consumenten herstellers, verkopers van refurbished toestellen en lokale herstelinitiatieven kunnen terugvinden. Via het platform kun je ook makkelijker een offerte aanvragen voor een herstelling.
Kortom: de drempel om te kiezen voor reparatie in plaats van vervanging wordt een stukje verlaagd. Al blijft er natuurlijk nog werk aan de winkel, in de eerste plaats de uitbreiding van de producten waarvoor dit recht geldt.
Wat moet België doen?
De Richtlijn verplicht elke EU-lidstaat om de regels om te zetten in nationale wetgeving en om minstens één stimulerende maatregel voor reparatie in te voeren, bijvoorbeeld financiële maatregelen die herstel goedkoper maken, sensibiliseringscampagnes of ondersteuning van gemeenschapsinitiatieven zoals Repair Cafés. Ook moet België meewerken aan de opbouw van het Belgisch luik van het Europees Online Repair Platform.
In verband met dat platform gaf Repair&Share de Belgische overheid een concrete aanbeveling mee: neem in het Belgische luik van het Online Repair Platform niet alleen door fabrikanten erkende herstellers op, maar ook onafhankelijke herstellers, Repair Cafés, refurbishers en hergebruikoperatoren. Alleen zo wordt het platform een instrument dat écht tot meer reparaties leidt.
België haalde de deadline niet
De deadline voor omzetting was 31 juli 2026. België haalde die deadline niet. Dat betreuren we ten zeerste. Elke maand vertraging betekent dat Belgische consumenten later kunnen rekenen op sterkere herstelrechten.
We roepen de bevoegde minister dan ook op om de omzetting zo snel mogelijk af te ronden en onze aanbeveling mee te nemen om een aantal onduidelijkheden in de Europese tekst te verduidelijken. Zo laat de Richtlijn bijvoorbeeld in het midden wat precies een “redelijke prijs” is voor reserveonderdelen. Een heldere, ambitieuze Belgische invulling van dat soort begrip kan het verschil maken tussen een richtlijn die alleen op papier bestaat en een richtlijn die echt tot meer herstellingen leidt.
Een Repair Bonus om reparatie te stimuleren
Tegen 2029 moet België dus minstens één concrete stimulerende maatregel voor reparatie invoeren. Ons advies aan de minister is helder: voer, naar het voorbeeld van Frankrijk, een Repair Bonus in, die herstellen goedkoper maakt.
In Frankrijk krijgen consumenten sinds 2022 een vast kortingsbedrag rechtstreeks op hun factuur wanneer ze hun kapotte toestel laten herstellen bij een erkende hersteller. Deze “bonus réparation” geldt intussen voor elektrische toestellen, textiel, schoenen, meubels, sport- en vrijetijdsartikelen en doe-het-zelf- en tuinmateriaal. Het systeem wordt niet betaald door de overheid, maar volledig gefinancierd door de producentenverantwoordelijkheidsorganisaties (bij ons is dat voor elektrische toestellen bijvoorbeeld Recupel). Voor de Franse overheid is dit dus een budgetneutrale maatregel: de kosten worden gedragen door wie de producten op de markt brengt, niet door de overheid. Zo wordt herstel gestimuleerd zonder dat dit een extra kost betekent voor de overheidsbegroting, en wordt tegelijk het signaal gegeven dat producenten mee verantwoordelijk zijn voor de herstelbaarheid, en dus de levensduur, van wat ze op de markt brengen.
Onderzoek toont steeds opnieuw aan dat de prijs van een herstelling een van de grootste drempels is om voor reparatie te kiezen. Financiële maatregelen die de prijs van reparaties verlagen, hebben effect. Uit het Franse systeem blijkt dat het aantal herstellingen sinds de invoering van de Repair Bonus sterk is toegenomen.
Onze oproep
Repair&Share vraagt de Belgische regering om:
- de Right to Repair Directive zo snel mogelijk om te zetten in nationale wetgeving;
- daarbij de Europese onduidelijkheden, zoals wat een “redelijke prijs” voor onderdelen inhoudt, mee te verduidelijken;
- tegen 2029 werk te maken van een repair bonus-systeem naar Frans model, gefinancierd via de producentenverantwoordelijkheidsorganisaties.
Zo zet België niet enkel een richtlijn correct om, maar bouwt het mee aan een economie waarin herstellen vanzelfsprekend wordt.
Dit dossier volgen we op via het E6-project. Binnen dit project heeft Repair&Share de concrete taak om beleid rond circulaire economie op te volgen en beleidsaanbevelingen te formuleren. We analyseren welke impact bestaande lokale, nationale en Europese maatregelen hebben, van de omzetting van de Right to Repair Directive tot de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid en initiatieven zoals de Franse Loi Antigaspillage. We delen die inzichten via policy papers, congressen en overleg met beleidsmakers.
Het E6-project wordt gefinancierd door Interreg North-West Europe en Vlaanderen Circulair. Meer weten over het project? Lees meer op de projectpagina.