De herstelcapaciteit in Vlaanderen staat onder druk. Er is een tekort aan professionele herstellers, en dit heeft gevolgen voor hoeveel apparaten we kunnen redden van de afvalberg. Meer daarover lees je in dit artikel over opleidingen elektroherstel.
In het Living Lab Herstel Eerst werden verschillende oplossingen verkend om deze herstelcapaciteit te versterken: van opleidingen tot de vernieuwing van de beroepskwalificatie voor herstellers, van aanbevelingen naar beleid tot het inzetten van slimme tools om herstel efficiënter te maken.
In het Leuvens ecosysteem werd in partnerschap met KU Leuven een vernieuwend model getest dat de brug wil slaan tussen vrijwilliger en professioneel hersteller: flexrepair. We delen hier de resultaten en inzichten uit deze boeiende pilot.
Deze case kwam tot stand in het VLAIO Living Lab Herstel Eerst. Deze pagina toont de resultaten en inzichten uit het proces. Meer cases en informatie over het project vind je op deze pagina.
Flexrepair biedt een antwoord op een belangrijk gat in de huidige herstelmarkt. Aan de ene kant is er professioneel herstel: kwalitatief en betrouwbaar, maar vaak te duur. Aan de andere kant zijn er repair cafés en zelfherstel: gratis of goedkoop, maar met beperkte openingstijden en afhankelijk van vrijwilligers.
Het basisprincipe: Flexrepair zet in op mensen die graag herstellen als hobby en zich willen specialiseren in een specifiek producttype – denk aan volautomatische koffiemachines, laptops, stofzuigers of naaimachines. Deze ‘flexherstellers’ werken in hun eigen tijd en tempo, maar ontvangen wel een vergoeding voor hun werk. Zo ontstaat een middenweg: betaalbaarder dan professioneel herstel, maar met meer capaciteit en continuïteit dan vrijwillige initiatieven.
De voordelen:
Aandachtspunten:
KU Leuven onderzocht vijf verschillende manieren waarop flexrepair kan functioneren:
In 2022 startte de allereerste pilot in samenwerking met Kringwinkel Hageland. Deze verkennende fase richtte zich op volautomatische koffiemachines en toonde aan dat het basisprincipe van flexrepair werkt: apparaten werden succesvol hersteld en verkocht via de kringwinkel.
De proef bevestigde belangrijke uitgangspunten: kringwinkels beschikken over goede logistieke faciliteiten en een stabiele aanvoer van te herstellen apparaten, maar kampen met beperkte interne herstelcapaciteit voor gespecialiseerde kleine elektrotoestellen. Flexherstellers kunnen helpen om dit knelpunt aan te pakken. Deze eerste ervaring vormde de basis voor een grootschaliger pilot.
Van september 2024 tot februari 2025 vond een grootschaliger pilot plaats in Leuven, met verschillende partners die elk een essentiële rol vervulden:
Kringwinkel ViTeS verzamelde kapotte apparaten uit hun bestaande stroom, zorgde voor alle logistiek (ophalen, afleveren, onderdelen bestellen en leveren), en verkocht de herstelde apparaten in hun winkels met garantie.
Maakbaar Leuven nam de coördinatie op zich: zij rekruteerden zes flexherstellers via een online oproep, begeleiden hen tijdens het herstelproces, regelden de vrijwilligersovereenkomsten en betaalden een forfaitaire vergoeding uit.
De flexherstellers bepaalden zelf of apparaten hersteld konden worden, voerden de reparaties uit in hun eigen tempo en werkruimte, en specialiseerden zich in hun gekozen productcategorie.
KU Leuven ondersteunde wetenschappelijk en evalueerde het model.
De cijfers:
Het model toonde aan dat flexrepair een waardevolle bijdrage kan leveren aan het versterken van de herstelcapaciteit. Bepaalde productgroepen, zoals volautomatische koffiemachines en naaimachines, bleken bijzonder geschikt voor dit model door hun herstelpercentage en verkoopbaarheid.
Flexherstellers waardeerden de flexibiliteit en de mogelijkheid om hun passie rendabel te maken. De forfaitaire vergoeding werkte motiverend en hield de administratieve last beperkt. Daarnaast biedt het model kansen voor community-building en kan het mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zinvol en resultaatgericht aan het werk zetten.
Niet alle productcategorieën blijken even geschikt voor flexrepair – sommige apparaten zijn te complex of hebben te lage herstel- en verkooppercentages.
Garantieafhandeling vraagt duidelijke procedures en afspraken tussen alle partijen. Ook logistiek blijft aandacht vragen, hoewel de samenwerking met kringwinkels veel kansen biedt.
Er bestaat ook een spanningsveld met de missie van sociale economie-organisaties: hoe verhoudt flexrepair zich tot het kerndoel van het ondersteunen en versterken van doelgroepmedewerkers? Fiscale en juridische aspecten zoals belastingen en aansprakelijkheid vragen verdere uitwerking voor bredere uitrol.
Een derde pilot is gepland voor 2026 om het model verder te verfijnen. De focus ligt op opschaling en efficiëntiewinst: meer flexherstellers betrekken, de logistiek stroomlijnen en het vergoedingssysteem verder optimaliseren naar prestatiegebonden compensatie.
Daarnaast wordt verder onderzocht hoe kennisdeling tussen flexherstellers en professionele herstellers optimaal georganiseerd kan worden. Ook de fiscale en juridische randvoorwaarden voor bredere uitrol krijgen verdere aandacht.
Flexrepair blijft een veelbelovend concept dat de herstelcapaciteit kan versterken, mits we blijven leren en het model verder aanscherpen. De resultaten van de derde pilot worden in de loop van 2026 verwacht en zullen ook gepubliceerd worden in een wetenschappelijk artikel.
Wil je meer weten over deze case? Of wil je er zelf mee aan de slag?