“Uw spullen gaan echt sneller stuk. Maar niet getreurd, kaputt is niet per se kaputt.” Wanneer ze voor de zoveelste keer geconfronteerd wordt met een toestel dat te snel de geest geeft, duikt journaliste Ann-Marie Cordia in het fenomeen van geplande veroudering. In De Morgen Magazine van 30 maart 2019 verscheen haar reportage ‘Eerste hulp bij alweer een kapot toestel’. Hieronder halen we enkele passages aan:

Geplande veroudering als commerciële strategie

“Ik ben niet de enige die niet meer in de goede bedoelingen van producenten gelooft. Apparaten lijken wel gemaakt om stuk te gaan. Er bestaat zelfs een term voor: geplande ­veroudering. Producten worden zo ontworpen dat ze sneller kapotgaan of onbruikbaar worden, zodat consumenten een vervangtoestel moeten kopen. Als commerciële strategie.” (…)

“De flagrantste vorm van geplande veroudering is geprogrammeerde veroudering. Het toestel is zo ingesteld dat het na een bepaalde termijn gewoon stopt met functioneren. Denk aan de beruchte inktcartridges die je moet vervangen nadat ze een bepaald aantal afdrukken hebben bereikt, hoewel ze niet leeg zijn. Of printers waar niks mee scheelt, behalve dat ze niet meer compatibel zijn met de software van je nieuwe laptop. Ik ben in vijftien jaar tijd aan mijn derde printer toe, terwijl de ouderwetse typemachine van mijn opa zaliger nog altijd werkt.” (…)

“Toch bestaat het fenomeen geplande veroudering al van begin vorige eeuw, na de commercialisering van de eerste gloeilamp door Thomas Edison in de VS. In 1924 werden er lampen verkocht die tot 2.500 uur meegingen. Alleen was dat zakelijk gezien niet zo’n – euh – lumineus idee. (…) Een kartel van grote internationale lampen­producenten – denk aan Philips en General Electric – kwam daarom overeen om de levensduur van peertjes tot 1.000 uur te beperken. Fabrikanten die te vaak lampen afleverden die de 1.500 uur haalden, werden beboet. Het zijn dus niet altijd de mooiste uitvindingen die succesvol worden. Anders hadden we nu misschien allemaal lampen die 100.000 uur meegingen. Ze zijn ooit uitgevonden, in de voormalige communistische DDR. Alleen kwamen ze nooit op de markt.” (…)

“Bij consumentenorganisatie Test-Aankoop hebben ze het liever over ‘vervroegde’, in plaats van over ‘geplande’ veroudering: Omdat het aspect ‘gepland’ impliceert dat de fabrikant het toestel zo gaat manipuleren dat het sneller de geest geeft. Dat gebeurt, maar is erg moeilijk te ­bewijzen. Vandaar dat wij het houden op ‘vervroegde veroudering’. Het ­toestel gaat sneller stuk dan consumenten willen en sneller dan wat goed is voor hen en het milieu.” (…)

Herstellen is te duur, het milieu betaalt een zware prijs

“Komen we bij een van de pijnpunten in de herstelsector. Reserve­onderdelen en werkuren zijn te duur. Bert Herman verkoopt in zijn Leuvense zaak Aitec al 32 jaar allerlei elektrische onderdelen, maar het echte herstellen gebeurt alsmaar minder: Hobbyisten krijg ik nog over de vloer. Maar meestal is het niet de moeite om er zo veel geld in te steken. Van een samenzwering onder producenten is volgens hem geen sprake: Het klopt wel dat dingen moeilijker te herstellen zijn. Er zit overal software in, denk maar aan spaarlampen. En vergeet niet dat alle onderdelen steeds kleiner worden. Onze smartphones van vandaag zijn vele malen krachtiger dan een Commodore 64 uit 1982. Maar volgens mij zijn fabrikanten niet tegen het herstellen op zich, ze zijn er gewoon niet mee bezig.

“Repairders herstellen niet alleen voor de kick of omdat het soms goedkoper is. Ze doen het ook voor, jawel, het milieu. Want het gevolg van onze collectieve wegwerpmentaliteit is natuurlijk de enorme hoeveelheid elektronisch afval. In 2016 ging het om 44,7 miljoen ton, wereldwijd. Daarvan werd amper 20 procent gerecycleerd. En dat is vooral een probleem voor armere landen, legt Nick Meynen uit in zijn boek Frontlijnen – Een reis langs de achterkant van de wereldeconomie. Volgens hem zijn sommige producenten wel degelijk tegen het herstellen van apparaten. Hij beschrijft het voorbeeld van Tim Hicks, die laptops herstelt. De Australiër had op zijn website een handleiding voor elke laptop, tot de advocaten van Toshiba hem dwongen om die weer weg te halen.”

Right to Repair

“Wat moet je dan, als ‘gepeste ­consument’? Herstellers wereldwijd proberen de krachten nu te bundelen onder de noemer Right To Repair. Repair Cafés en organisaties zoals Restart, RREUSE, het Netwerk Bewust Verbruiken en iFixit vechten samen voor het recht op herstelbaarheid. Begin dit jaar voerden ze actie in Brussel. De EU-lidstaten gingen toen wetten stemmen die producenten ­verplichten om hun toestellen, in ­eerste instantie vooral witgoed, herstelbaar te maken. Right To Repair betoogde voor degelijke wetgeving.”

“Het Netwerk Bewust Verbruiken maakte intussen een balans op van de wetten rond ‘ecodesign’. Het goede nieuws? Toestellen moeten vanaf 2021 gemakkelijk te demonteren zijn. Geen dichtgelijmde apparaten of speciale schroeven meer. Voorts worden producenten verplicht reserveonderdelen tot zeven jaar na productie te leveren. Het slechte nieuws is dat je niet zomaar toegang krijgt tot alle reserveonderdelen en handleidingen, dat is voorbehouden aan professionele herstellers. En die moeten erkend worden door… jawel, de producenten.”

Tekening: Elise Vandeplancke

Bovenstaande quotes komen uit het artikel ‘Eerste hulp bij alweer een kapot toestel’ © De Morgen; de tussentitels zijn van ons. Je kunt het hele artikel lezen op de site van De Morgen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s